![]() BA Letteren / COMPETENTIENIVEAU 1 Susan Aasman / Rijksuniversiteit Groningen Het aanbod om als docent mee te doen aan een project waarbij bewegend beeld kon worden bekeken via Internet en waarbij ik zelf uit het omvangrijke film- en televisiearchief van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid televisieprogramma’s, documentaires, en nieuwsuitzendingen mocht kiezen, leek op een droom. Toegankelijkheid en beschikbaarheid van audiovisueel materiaal is tenslotte cruciaal, maar vaak lastig en in enkele gevallen onmogelijk zelf te organiseren. Nu zou alles anders worden. Oud HISTORISCHE FILMANALYSE is een cursus die al langer onderdeel uitmaakt van het curriculum van de opleiding Geschiedenis, maar die tevens voor studenten van andere Letteren-opleidingen toegankelijk is. Inmiddels is de cursus onderdeel van de minor “Film en televisie in hun culturele en maatschappelijke context”. Het is een cursus die studenten op elementair niveau inzicht biedt in het gebruik van film en televisie als historische bron. Studenten verwerven inzicht in de kenmerken van divers historisch beeldmateriaal. Rijkelijk voorzien van voorbeelden (met soms wel erg oude VHSbanden) werkte ik in de loop van deze cursus in een reeks hoor- en werkcolleges de leerstof door. Het zelf oefenen door studenten bleef beperkt tot de eindopdracht. Dat had vooral een praktische reden: logistiek was het lastig om veel opdrachten voor grote groepen mensen met een beperkte hoeveelheid audiovisueel materiaal te organiseren. De consequentie hiervan was dat studenten maar matig bij het leerproces betrokken konden worden. Nieuw De kans om nu zelf te mogen bestellen maakte me uiterst hebberig. Televisieprogramma's, oude bioscoopjournaals en documentaries: het was allemaal te bestellen. Nu was het mogelijk was om vanuit een min of meer ideale situatie na te denken over hoe het vak in te richten. De beschikbaarheid verruimde de mogelijkheden aanzienlijk: het corpus kon ik nu anders samenstellen. Ik maakte vergelijken van divers materiaal tot een belangrijk uitgangspunt, bijvoorbeeld van fictie en non-fictie, verschillende periodes, amateur met professioneel, televisieprogramma’s en ruw materiaal, historisch en actueel materiaal. De beschikbaarheid had daarmee direct al een belangrijke vakinhoudelijke consequentie. Ook de didactische gevolgen werden snel merkbaar: de toegankelijkheid van het materiaal online in de vorm van streaming media betekende dat ik de cursus opnieuw moest inrichten. De plek waar het nu moest gebeuren was niet meer alleen een collegezaal met een televisie of een videorecorder met beamer, maar een computer. Beschikbaarheid en toegankelijkheid van historisch beeldmateriaal via de pc was het begin van een nieuw denken over onderwijs. Logistieke en technische belemmeringen die mij eerder hadden weerhouden van actiever onderwijs, vielen weg. Ik begon als eerste met het opdelen van die ene grote eindopdracht in een reeks kleinere opdrachten waarbij vaardigheden afzonderlijk geoefend zouden worden. Het werd zo ook mogelijk de leerstof te reguleren, om in elke volgende opdracht eerdere vaardigheden te laten terugkomen en nieuwe te laten oefenen. Het experimenteren met nieuwe werkvormen heb ik ervaren als een creatieve fase. Het kostte veel voorbereidingstijd en het vroeg om aanleren van nieuwe vaardigheden, zoals het vertrouwd raken met digitaal gereedschap als de Virtuele Snijmachine en een kennismaking met een elektronische leeromgeving als Blackboard. Virtuele Snijmachine Met alleen streaming media ben je er niet. De voordelen van streaming media zijn dat het gemakkelijk opnieuw is af te spelen en dat het beeld stil is te zetten, maar ook streaming blijft een vluchtig medium. Stoeien met audiovisuele teksten is lastig. De afgelopen decennia is meer dan eens geconstateerd dat werken met audiovisuele media, in de zin van wetenschappelijk onderzoek en uitvoeren van analyses, ons confronteert met een kloof tussen het geschreven woord en het bewegend beeld, tussen het schrijven van een essay over een film en de film zelf. Het gebruik van illustraties zoals stills uit films kan iets toevoegen, maar ritme, montage, camerabewegingen, blijven cinematografische eigenschappen die wel te verwoorden zijn, maar niet te illustreren in gedrukte vorm. Citeren met beeld bestaat niet. De Virtuele Snijmachine is digitaal gereedschap dat binnen Davideon is ontwikkeld. De belangrijkste eigenschap van deze tool is dat het de gebruiker in staat stelt in te grijpen in audiovisueel materiaal. Met de Virtuele Snijmachine is het mogelijk op een eenvoudige wijze een uitsnede uit een streaming bestand te maken. Deze uitsnede kan vervolgens via een hyperlink in een tekstdocument, een presentatie of een htmldocument (zoals een elektronische leeromgeving) worden afgespeeld (zie voor een uitgebreide beschrijving hoofdstuk 4). Deze simpel te gebruiken techniek maakt het mogelijk studenten aan het werk te zetten: ze fragmenten te laten selecteren en deze in hun werkstuk te laten opnemen. Het leert ze precies te zijn in hun selectie en te argumenteren met beeld en geluid. Blackboard De komst van streaming media viel samen met het faculteitsbreed inzetten van Blackboard. Dus behalve de media betrof de ommekeer ook het structurele gebruik maken van een elektronische leeromgeving. Deze bleek voor mij onmisbaar. Op het moment dat je gebruik wilt maken van elektronische media is er ook een plek nodig om het neer te zetten, om je onderwijsmateriaal te organiseren. Een cursus Blackboard versterkte mijn idee dat het noodzakelijk was het onderwijs anders in te richten. Een elektronische leeromgeving als Blackboard biedt de mogelijkheid een rijke leeromgeving te creëren, met opdrachten direct gekoppeld aan het onderwijsmateriaal en met het organiseren van feedback door studenten zelf. Via ‘discussion board’ of andere functies bekijken studenten elkaars resultaten, inclusief een link naar een geanalyseerd stukje film. De review kan ook direct weer worden toegevoegd. Vanaf nu kregen studenten vanaf de allereerste cursusweek opdrachten. Het college werd van hoorcollege met eindopdracht een cursus waar het lezen over en het toepassen van theorie uitgangspunt werd, waar reflectie op theorieën en reflectiemodellen direct kon worden toegepast op het onderzoeksmateriaal. Niet langer stond het instrueren en illustreren voorop, maar het zelf doen. Historische Filmanalyse kon nu een cursus worden waar een balans werd aangebracht tussen klassikaal en individueel onderwijs, tussen passieve en actieve werkvormen. Samenwerken Een dergelijke vorm van onderwijs ontwerp je niet meer in je eentje achter je bureau. Samenwerking met ondersteunende diensten is noodzakelijk: er zitten veel logistieke en technische kanten aan deze vorm van mediaonderwijs. Een deel van die extra inspanningen en ondersteuning is tijdelijk van aard en heeft te maken met het experimentele karakter, maar een deel ook niet. De beschikbaarheid en toegankelijkheid via streaming media maakt ook kwetsbaar: als een computer vastloopt, als de capaciteit tekort schiet, als de bestelling niet op tijd arriveert. Improviseren blijft daardoor een noodzakelijke eigenschap. Samenwerken met onderwijskundigen was een onderdeel van Davideon: het prettige was dat ik als docent leerde reflecteren op eigen aannames. In mijn geval vond ik het verfrissend mezelf te dwingen in meer didactische concepten na te denken over zaken die ik meestal intuïtief deed. Nog inspirerender vond ik het samenwerken met andere docenten. Het regelmatige overleg met andere docenten van andere instellingen scherpte mijn eigen ideeën over de inzet van streaming media . Vooral met Martina Roepke (UvA) heb ik veel samengewerkt. Zij gaf een soortgelijke cursus met toch weer een andere leerinhoud. Uiteindelijk zijn we zelfs in staat geweest een gezamenlijke cursusopzet te ontwerpen.
|